Landbouw en Energie Gemeenschappen: deel 1

Samenwerken voor hernieuwbare energie loont in de landbouwsector.

Samenvatting:

In dit artikel maken we een korte samenvatting van onze bevindingen/activiteiten binnen het Interreg ECCO project ( uitleg zie verder ), dat nog loopt tot december 2021, en de lessons learned die misschien voor anderen ook nuttig kunnen zijn. Tenslotte is dit één van de doelstellingen van het ECCO-project: dingen leren, fouten maken, oplossingen bedenken en via herhaling van dit proces te komen tot iets dat werkt, ook na de financiële ondersteuning tijdens de subsidieperiode.

Belangrijk is deze ervaringen te delen met anderen, zodat zij er ook eventueel iets uit kunnen leren en ermee verder kunnen.

Uiteraard is dit niet alleen van toepassing op de landbouwsector, maar bij uitbreiding op heel veel bedrijven. Echter, via subpartnerschap met Innovatiesteunpunt-Boerenbond en de contouren van het Interreg project, ligt de focus op landbouwbedrijven.

Dit artikel wordt afgesloten met een korte kritische reflectie op het verschil tussen beleidsdoelen en implementatie hiervan op het terrein, het verschil tussen de beleidsdroom en de realiteit zeg maar. Het erkennen van dit verschil is zeer noodzakelijk als men effectief iets wil realiseren. En hierbij speelt een steeds sterker opflakkerende maatschappelijke “strijd” tussen individualisme en collectivisme geen kleine rol. Het project gaat immers over communities. In de landbouwsector wordt dit dan nog uitvergroot. Ook hier is de erkenning van de tegenstelling belangrijk om een oplossing te vinden “somewhere in between”.

1. Wat is Interreg NWE ECCO ?

Interreg NWE is een Europees Interregionaal programma dat innovatieve grensoverschrijdende projecten subsidieert in de regio Noord-West Europa. Projecten die in lijn liggen met “het Europese Project” en meerwaarde kunnen bieden aan economische, ecologische, wetenschappelijke, … uitdagingen waarmee we geconfronteerd worden in Europa.

ECCO staat voor Energy Community Cooperatives. Dit is een afkorting voor een niet vast omlijnde vorm van samenwerkingsverbanden tussen stakeholders die actief hernieuwbare energie projecten willen realiseren. Bijvoorbeeld tussen coöperaties en (landbouw)bedrijven, tussen landbouwbedrijven onderling, tussen lokale overheden en landbouwbedrijven etc … Maar wel steeds met de bedoeling om de verdere implementatie van hiernieuwbare energiebronnen (RES: renewable energy sources ) te vergemakkelijken. Uiteraard kan en mag iedere stakeholder zijn eigen beweegredenen hebben hiervoor. Zo zijn Rescoops ( Renewable Energy Cooperations ) waardegedreven vanuit hun overtuiging dat zoveel mogelijk energieproductie uit hernieuwbare energie dient te komen, terwijl bedrijven grotendeels ( volledig terecht overigens ) hun beslissing tot investering hierin laten afhangen van het financieel rendement ( en dus ruimte om te groeien ) en eventueel het hedgen van risico’s voor blootstelling aan de steeds grotere bokkesprongen op de energiemarkten, en dus op hun energiefactuur.

De doelstelling van dit ECCO project is enerzijds het reduceren van de uitstoot van CO2 ( uiteraard ), maar anderzijds ook de landbouwsector hierin een belangrijke rol te laten spelen, en dit via lokale samenwerkingsverbanden tussen ofwel landbouwbedrijven, ofwel tussen burgers en landbouwbedrijven.

Vanuit het ECCO project begeleiden we lokale groepen landbouwbedrijven ( noem het gerust een vorm van communities ) in de implementatie van hernieuwbare energiebronnen op hun bedrijf.

Meer uitleg kan je vinden via volgende links:

2. Samenvatting van de bevindingen.

In den beginne…

Bij aanvang van het project was het de bedoeling een nieuwe energie-coöperatie op te starten waarbij landbouwers een belangrijke rol zouden gaan spelen in de besluitvorming. Een energiecoöperatie van burgers en agrarische ondernemers dus, die evenwaardig via een mix van type aandelen richting zouden geven aan een energietransitie waarin de landbouwsector een belangrijke rol te spelen heeft.

Veelvulding contact op het terrein toonde echter aan dat er nagenoeg geen vraag hiernaar is bij landbouwers. Een landbouwer is immers in de eerste plaats een ondernemer die zijn tijd gebruikt om zijn onderneming te laten draaien. En een energiecoöperatie is een structuur die dikwijls tijdsintensief is, en niet meteen tot resultaat leidt.

Waar is de markt ?

Als er geen “marktvraag” naar iets is, heeft het geen zin vanuit ideologie iets trachten neer te zetten, omdat het dan gewoon een ideologische oefening blijft, zonder traktie. En finaal zonder resultaat.

Er zijn in Vlaanderen overigens al energiecoöperaties genoeg. Hun grote aantal dekt geografisch gezien nagenoeg heel Vlaanderen, van de Westhoek tot de Limburgse bossen zeg maar. En de teller tikt aan, er komen er regelmatig bij.

Dit is op zich een heel goede zaak omdat het de betrokkenheid illustreert van mensen naar hun leefomgeving/milieu toe, alsook toont het ook een soort van ondernemingszin aan, die in Vlaanderen trouwens nog steeds bedroevend laag is.

Maar het heeft ook een keerzijde, teveel coöperaties gaan op zoek naar initieel “makkelijke” energieprojecten om in te investeren, die toch niet zo dik gezaaid zijn. En veelal ontbreekt het na een aantal jaren activiteit aan de nodige cashflow om een echt volwaardige professionele structuur uit te bouwen. En veelal draait het ook op vrijwilligerswerk, dat – cases in het buitenland tonen die genoeg aan – nagenoeg altijd leidt tot vrijwilligersmoeheid.

Vanuit de optiek van alle bovenstaande elementen werd de piste tot uitbouw van een nieuwe energie-coöperatie dan uiteindelijk ook verlaten.

Co-creatie met traditionele energie-spelers

Parallel met de eerste fase van het project hierboven weergegeven, werd een “Tour de Flanders” georganiseerd om mogelijke samenwerkingsverbanden op te zetten voor de realisatie van coöperatieve windenergie-projecten, waarbij de lasten ( voorfinanciering van de projectontwikkeling ) gedragen worden door sterke ( financiële ) schouders en de returns hiermee in verhouding staan, maar dat er tegelijk ook een wezenlijke return is, ter compensatie van de last die veroorzaakt wordt door de windturbines, naar de lokale gemeenschap.

Waarom werd deze piste bewandeld ?

Voor vele kleine energiecoöperaties is het investeringsrisico te groot om zich te wagen aan de ontwikkeling van grote windenergie-projecten. Er is immers maar een kleine slaagkans tot bekomen van een omgevingsvergunning ( 25 % van de projecten “lukt” ) en het kost uiteraard handenvol geld ( ongeveer 400.000 € )

De vele consultaties ten spijt, werd nergens een werkbaar evenwicht gevonden tussen de lusten en lasten voor lokale gemeenschappen en deze voor de potentiële private (investerings)partners.

Tegelijk werd ons initiatief ook ingehaald door de actualiteit: een veranderend Vlaams ondersteuningskader voor grote onshore windenergie-projecten verhoogt het financieel risico dermate dat “het sop de kolen bijna niet meer waard is”, om een projectontwikkelaar te citeren. Misschien is het cru gesteld, maar onze opvatting gaat ook enigszins in die richting.

Middelgrote wind.

Een ander verhaal is het middelgrote windverhaal dat wel te verdedigen is, en dit puur vanuit de lage kostprijs voor de ontwikkeling van een project versus de te verwachten financiële return.

We begeleiden trouwens enkele van zulke projecten waarbij een lokaal bedrijf

Back to reality.

In deel 2 beschrijven we wat dan wel werkte, een strategie die – zo gaat dat meestal – ingegeven werd door een effectieve marktvraag.

Share via
Copy link
Powered by Social Snap